Een vriendin bekende mij ooit dat zij zich tien jaar lang spiegelde aan haar hoofdredacteur. Zij wilde net zo zijn als haar leidinggevende en van daaruit was zij altijd teleurgesteld in zichzelf.
Zelf herken ik het ook. Een fijne collega en goede coach schreef de mooiste nieuwsbrieven. Dat was nog lang voordat ik zelf de pen ter hand durfde te nemen. Ik bewonderde haar enorm, maar tegelijkertijd voelde ik mezelf dan klein worden. “Ik zou dat toch ook moeten kunnen, waarom lukte het mij niet.” Tot de dag dat ik accepteerde dat ik was wie ik was: een goede coach, die verrassende en effectieve programma’s ontwikkelde en … geen moed had om nieuwsbrieven te schrijven. Toen ik ophield met vergelijken, voelde ik rust omdat ik tevreden was met mezelf. Ik hoefde me niet meer klein te voelen.
In mijn coachingspraktijk zie ik het fenomeen vergelijken steeds weer voorbij komen. Ik hoor het verhaal aan en teken dan twee poppetjes, de een groot en de ander klein. Ik hoef dan eigenlijk niets meer uit te leggen. Behalve inzichtelijk maken dat dat ‘klein worden’ iets is dat jezelf doet. Zodra je je daar bewust van wordt en het kunt stoppen, kun je weer de aandacht richten op jezelf. Overigens, het werkt ook niet om jezelf groter te maken dan de ander. Ongeacht de functie is het doel om vooral in verbinding te zijn met de ander en dat kan alleen vanuit gelijkwaardigheid. En als je bijvoorbeeld in een team kunt accepteren dat een ander iets anders of beter doet, of meer weet van een specifiek onderwerp, dan kun je krachten bundelen en kom je samen verder.
Mocht dit je aanspreken, lees dan ook dit artikel dat ik laatst tegenkwam in de Correspondent. Dit stuk legt mooi uit hoe jezelf vergelijken je geen steek verder helpt.